De derde en vierde periode zijn periodes, waarbij we echt kennis gaan maken met het leraarschap: we gaan namelijk op stage. Het is vooral de bedoeling zoveel mogelijk observeren om te ontdekken of leraarschap wel iets voor je is. Observeren leek mij geen probleem, maar het is ook de bedoeling om minimaal drie lessen te gaan geven. Ik wist niet goed wat ik kon verwachten van het geven van lessen: zullen de leerlingen mij helemaal gaan uitproberen? Kan ik wel leiding nemen? Dit waren vragen die in mij opkwamen. Door deze angst leek het met juist verstandig om meer dan drie lessen proberen te geven, zodat de angst snel zou verdwijnen. In dit verslag vertel ik mijn bevindingen op stage , met namen mijn lessen die ik gegeven heb. Ik vertel over mijn gemaakte keuzes, voorbereiding, inhoud en reacties in de les en mijn verbeterpunten. Ook zal ik vertellen hoe het gebruik van literatuur, zoals het boek “Leren Lesgeven”, mij geholpen hebben in het voorbereiden en uitvoeren van mijn les. Verder wil ik mijn stagecoach Wouter de Man en docent maatschappijleer meneer Van der Linden bedanken voor hun steun en feedback bij uitvoeren van mijn lessen. Zij hebben mij enorm geholpen! Veel plezier met het lezen van mijn verslag!
De eerste aantal weken gingen Colin en ik maandags van 9.15 tot 14.30 naar stage. Dit was toen nog vooral observeren. We hebben verschillende klassen, docenten, vakken gevolgd tijdens het observeren. Eenmaal toen het de bedoeling werd dat wijzelf zouden beginnen met lesgeven gingen we i.p.v. maandag dinsdags naar stage. Op deze dag konden we niet veel uren maken dus besloten we af en toe nog maandags naar stage te gaan en dinsdags nog andere lessen volgen bij vakken die eigenlijk niet relevant waren aan onze vakken (zoals biologie). Dinsdags waren we er van 9.15 tot 13.00 uur. Op de dinsdags hebben we tweemaal lesgegeven. Onze stagecoach wees ons erop dat een tweedegraads docent een beetje van alle markten thuis moest zijn, waardoor wij ook een lesje maatschappijleer gingen geven. Deze lessen waren op maandag, waardoor we weer verhuisden naar de maandag, de officiële stagedag. We hebben toen een aantal malen meegelopen met andere stagiaires van maatschappijleer. Ook hebben we hun gegeven lessen gevolgd en feedback gegeven. We zijn toen een aantal keer tot 16.00 uur doorgegaan met observeren en interviewen van leerlingen en leraren. Ook hebben wij nog een les over “de Arabische Lenterevoluties” gehouden, waarin ik de onderwerpen Tunesië en Egypte had. Op maandags was er ook een keer een korte vergadering over een klas. Deze vergadering heb ik in de namiddag gevolgd. Er waren niet altijd genoeg uren voor ons om stage te volgen, maar toch hebben we zoveel mogelijk uren geprobeerd te volgen, waardoor we soms overuren maakten! Al met al het geeft je wel veel inzicht in het leraar zijn.
De keuze die ik gemaakt heb, heb ik gebaseerd op mijn competentielijst en op punten die voor mijzelf verbeterd moeten worden. Ook heb ik goed gekeken naar literatuur en geluisterd naar het advies van mijn stagecoach. · Zo heb ik een interview gehouden, omdat ik niet goed op de hoogte was wat voor contacten de school nog meer onderhield. · Ik heb een vergadering gevolgd, omdat ik wilde weten hoe gevoelige onderwerpen ter sprake kwamen en hoe dergelijke problemen worden opgelost. · Ik heb verschillende klassen bezocht, omdat ik wilde zien of de leraar verschillend of juist hetzelfde reageerde op andere klassen. · Ik heb verschillende leraren gevolgd, omdat ik de verschillende manieren van lesgeven wilde ontdekken. Welke werkt naar mijn mening het best? Welke keuzes maken zij in de klas? · Ik heb verschillende vakken gevolgd, omdat ik wilde kennis maken of er ook anders wordt lesgegeven bij andere vakken. Wordt er daar misschien gebruik gemaakt van andere werkvormen die ik misschien ook wel op een andere manier kon toepassen in mijn eigen les. Ook gaf mijn stagecoach advies dat te doen, omdat een tweedegraads docent een beetje op alle markten thuis moest zijn. · Ik heb vooral gekozen voor praktijkgerichte lessen, omdat mijn stageschool een praktijkschool is en deze leerlingen het moeilijker vinden om te blijven luisteren; ze willen graag wat doen. · Ik heb vier lessen gegeven, omdat dit mij verstandig leek om zo te ontdekken of het leraarschap echt iets voor mij is en om te leren hoe ik met dergelijk gebeurtenissen in de klas omga. De klas moet een veilige omgeving voor mij worden.
Zoals ik al eerder aangaf heb ik mijn lessen vooral praktijkgericht ingevuld. De doelgroep was eerste en tweede klas VMBO basis kader. Deze leerlingen kunnen zich niet lang concentreren. Een docent gaf mij daarom het advies om te “spelen” met hun aandacht. Iedere keer moet ik ze weer met iets anders bezighouden om hun aandacht wat af te leiden. Dit werkte prima voor mij. De invulling van mijn lessen werd natuurlijk ook bepaald door het onderwerp van mijn les. Mijn stagecoach koos het onderwerp en liet mij dan vrij om te bedenken hoe ik verder mij les wilde invullen. Ik heb geen gebruik gemaakt van de leer- werkboeken van de leerlingen, omdat het mij leerzamer leek om zelf een les in elkaar te gaan zetten. In die leer- werkboeken staat eigenlijk al een hele les ingevuld en ik was ook bang dat mij teveel aan het boek zou gaan vasten houden. Als docent moet je ook wat kunnen improviseren en dat deed ik. Mijn les over kruistochten was een beetje een les, zoals de leerlingen gewend waren. ik introduceerde het onderwerp, liet ze een filmpje zien waarbij ze opdrachten moesten maken, opdrachten nakijken, nader uitleg van het onderwerp, en een opdracht waarbij leerlingen juiste plaatje bij juiste tekst moesten vinden, tot slot kwam er een evaluatie op de les. Ik heb bij deze les vooral voor veel variatie in korte tijd gekozen. Ik merkte dat dit goed werkte, want met mijn inleiding van het onderwerp wilde ik al iets teveel uitleg geven, maar merkte meteen aan de leerlingen dat hoe langer ik praatte hoe onrustiger ze werden. Dit werd overigens wel in de hand gehouden. Mijn les over de lenterevolutie was 90 minuten lang (twee lessen achter elkaar). Dit was een tweede klas VMBO basis kader. Zij waren al iets verder gevorderd, waardoor ik besloot om ze zelf onderzoek naar het onder te laten doen. Ik begon kort met enige uitleg, verdeelde groepjes, deelde scharen en stiften uit, gaf de leerlingen mapjes met informatie over het onderwerp met leuke plaatjes erbij, vervolgens maakten de leerlingen een collage over het onderwerp, als de collage af was mochten ze het presenteren, waarop ik ze mocht becijferen, dan werd er geëvalueerd en de klas opgeruimd. In deze les volgde er minder variatie, omdat ik het met deze les minder nodig vond. Het was vooral de bedoeling dat de leerlingen zelf onderzoek deden en de opgedane kennis overbrachten aan medeleerlingen. Ik vond een collage een goede methode, omdat de leerlingen hiermee op een creatieve en leerzame manier kennis maakten met het onderwerp. Het viel mij ook op dat de leerlingen uiterst fanatiek aan het werk bleven. Ik liep natuurlijk wel rond om de leerlingen te helpen, maar de vragen die ze vaak stelden waren vaak hele kleine dingen; ze begrepen verder gewoon waar het over ging. Dit deed mij erg goed! De laatste les ging over slavernij. Ik ben zelf op “het slaveneiland” in Gambia geweest, dus het leek mij leuk om mijn eigen belevenissen te delen met de klas. Ze konden zich zo misschien beter inleven. Ik liet een aantal foto’s zien, waarbij ik op het eiland was en ik vertelde een klein stukje geschiedenis van het eiland. Toen volgde er een spel “het slavenmarktspel”. Hierbij gingen leerlingen zelf meemaken om slaaf te zijn en werden zij verhandeld aan plantage-eigenaren (medeleerlingen). De leerlingen deden erg enthousiast mee met het spel en het gaf ze meer inzicht hoe een slavenmarkt in z’n werk ging. Vervolgens ging ik met de klas evalueren wat ze van het spel geleerd hebben en hoe ze het vonden om slaaf te zijn. Na het spel ging ik over op klassikaal lesgeven over de Gouden Eeuw, de slavenhandel en de driehoekshandel. Het leek mij eerst gevaarlijk om toch klassikaal les te gaan geven, maar de leerlingen waren erg gestimuleerd door het spel en luisterden enthousiast naar mijn verhaal. Ik maakte bij mijn uitleg gebruik van powerpoint, zodat leerlingen zich d.m.v. de plaatjes zich beter in die tijd konden plaatsen. De laatste vijf minuutjes werd er weer geëvalueerd. Ik was wel tevreden over mijn lessen. De eerste les vond ik mijn minste les. Ik hield mij teveel vast aan hoe een reguliere les eruit moest gaan zien. Ik kwam er na de andere lessen achter dat als ik mijn eigen invulling en draai aan de les geef, komt alles spontaner over en zijn de leerlingen een stuk gemotiveerder. Dit bewijst wel dat hoe meer je les geeft hoe meer inzicht je in het leraarschap krijgt. In deze korte tijd merk je al dat je een stuk meer ervaring erbij gekregen hebt.
Leerdoelen: De leerling kan uitleggen wat een kruistocht is. De leerling kan uitleggen wat pelgrims zijn. De leerling kan uitleggen wat de redenen voor kruistochten waren De leerling kan uitleggen wat kruistochten tot gevolg waren van Europa De leerling kan de juiste tekst bij juiste plaatje vinden. De leerling kan d.m.v. van filmpje vragen beantwoorden De leerling kan zowel individueel als samen werken. Beginsituatie De doelgroep is eerste klas VMBO basis kader. De geschiedenislessen die de leerlingen ervoor hadden ging over het geloof en het leven in de Middeleeuwen. Ze hebben al enige voorkennis over deze tijd en vooral over het geloof in die tijd. De beginsituatie is dat alle leerlingen twee bij twee zitten, zodat de leraar goed zichtbaar is bij zijn/haar uitleg van de les. Het filmpje staat alvast klaar. Het is handig als de docent dit filmpje van tevoren doorkijkt en voor de les heeft de docent gekeken of de beamer en internet het allemaal doet. Benodigdheden · Klas met beamer en internet · Opdrachtenblad tijdens het filmpje · Plaatjes en tekst die de leerlingen bij elkaar moeten zoeken. Lesorganisatie (45 minuten) · 10 minuten: Inleiding. Onderwerp kruistochten introduceren. Leerlingen vragen of zij weten wat kruistochten zijn. Begrip pelgrims uitleggen. Vertellen hoe de kruistochten zijn begonnen in een verhaallijn. Werkvorm: Klassikaal, onderwijsleergesprek. Denk/leeractiveit: Leerling: kennismaken met het onderwerp kruistochten. Docent: motiveren, orde houden. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ · 5 minuten: Leerlingen krijgen opdracht uitgedeeld die ze tijdens filmpje moeten maken. Het filmpje wordt gestart, leerlingen kijken en maken ondertussen opdrachten. Werkvorm: in stilte geconcentreerd filmpje zien. Denk/leeractiviteit: Leerling: concretiseren, waarderen. Docent: Structuren, motiveren.
· 15 minuten: opdrachten nakijken en opdracht juiste tekst bij juiste plaatje. Werkvorm: kringgesprek, veel interactie met de leerlingen. Leerlingen gaan bij de opdracht “juiste tekst bij juiste plaatje” in groepjes werken. Denk/leeractiviteit: · De leerling kan uitleggen wat een kruistocht is. · De leerling kan uitleggen wat pelgrims zijn. · De leerling kan d.m.v. van filmpje vragen beantwoorden · De leerling kan de juiste tekst bij juiste plaatje vinden.
Docent: Leerlingen motiveren en een mening ergens over laten geven.
· 10 minuten: Nader uitleg de redenen waarom men kruistochten hield. Werkvorm: Klassikaal, kringgesprek Denk/leeractiveit: Leerling: luistert naar docent en maakt aantekeningen. De leerlingen gaat zelf nadenken wat redenen zouden kunnen zijn waarom men kruistochten hield. De docent stuurt de leerlingen richting het goede antwoordt. De leerling kan uitleggen wat de redenen voor kruistochten waren. De leerling kan uitleggen wat kruistochten tot gevolg waren van Europa Docent: structureert, motiveert en laat leerlingen zelf nadenken d.m.v. interactieve vragen tijdens de uitleg. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ · 5 minuten: afsluiting les, leerlingen ruimen de troep op en schuiven tafels netjes aan. Werkvorm: klassikaal Denk/Leeractiviteit: Leerling: leert klas netjes achter te laten. De leerling kan zowel individueel als samen werken. Docent: zorgt ervoor dat de klas netjes achterblijft.
Leerdoelen: De leerling kan de aanleiding van de “lenterevoluties” benoemen. De leerling kan het begrip “Jasmijnrevolutie” uitleggen. De leerling kan gevolgen van de verschillende revoluties uitleggen. De leerling kan de verschillende spotprent uitleggen en verklaren. De leerling kan een collage maken en de belangrijke punten van de revolutie uitkiezen en op de collage plaatsen. De leerling kan zijn/haar collage presenteren aan medeleerlingen. Beginsituatie: De doelgroep is tweede klas VMBO basis kader. De leerlingen weten vaag iets over de revoluties door de media/ actualiteit. De een weet er wat meer van dan de ander. De knip en plak spullen liggen klaar. De leerlingen zitten eerst twee bij twee bij elkaar, zodat de leraar duidelijk de opdracht kan uitleggen Benodigdheden: · Schaar, lijm, stiften, A3 papier · Mapje met informatie en plaatjes/foto’s die relevant zijn aan het onderwerp · Ruim lokaal voor het knip/plak werk. Lesorganisatie (90 minuten) · 10 minuten: Inleiding. Uitleggen wat de “lenterevolutie” is en waar en waarom het is begonnen. Uitleggen wat de opdracht is. Leerlingen verdelen in groepjes. Ieder groepje is een land (Tunesie, Egypte, Libie, Jemen). De knip- plak spullen worden uitgedeeld. Leraar geeft duidelijk aan wat er op de korte presentatie wordt verwacht. Werkvorm: Klassikaal, onderwijsleergesprek. Denk/leeractiveit: Leerling: maakt kennis met het onderwerp. De leerling kan de aanleiding van de “lenterevoluties” benoemen. Docent: motiveren, orde houden, structureren. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ · 35 minuten: de leerlingen gaan met hun groepje bezig met het maken van de collage. De leraar loopt rond om de leerlingen te motiveren en te helpen. Werkvorm: Tafelgroepen samenwerken. Denk/leeractiviteit: Leerling: samenwerken, concretiseren, waarderen. Docent: Structuren, motiveren, laat leerlingen zelf onderzoek doen naar het onderwerp. Docent geeft wel een aantal richtlijnen waaraan de komende presentatie aan moet voldoen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- · 5 minuten: pauze ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
· 15 minuten: collage afmaken en korte presentatie voorbereiden Werkvorm: Tafelgroepen samenwerken Denk/leeractiveit: Leerling: De leerling kan een collage maken en de belangrijke punten van de revolutie uitkiezen en op de collage plaatsen. Docent: structureert, motiveert en laat leerlingen zelf onderzoek doen naar het onderwerp. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ · 25 minuten: ieder groepje gaat zijn/haar collage presenteren. Wat hebben zij onderzocht? Welke kennis is opgedaan? Uitleg spotprent. Werkvorm: klassikaal. Denk/Leeractiviteit: Leerling: · De leerling kan het begrip “Jasmijnrevolutie” uitleggen. · De leerling kan gevolgen van de verschillende revoluties uitleggen. · De leerling kan de verschillende spotprent uitleggen en verklaren Docent: orde houden, waar nodig vragen stellen bij de presentaties. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ · 5 minuten: afsluiting les, leerlingen ruimen de troep op en schuiven tafels netjes aan. Werkvorm: klassikaal Denk/Leeractiviteit: Leerling: leert klas netjes achter te laten. Docent: zorgt ervoor dat de klas netjes achterblijft.
Leerdoelen: De leerling kan aan het einde van de les een betere inleving in het slaaf zijn laten zien. De leerling kan uitleggen wat de rol van de Republiek was tijdens de slavenhandel. De leerling kan uitleggen wat voor werk slaven moesten doen. De leerling weet waar de slaven heen werden gebracht. De leerling weet wanneer het einde van de slavenhandel kwam en wanneer slaven rechten kregen. Beginsituatie De geschiedenis die ze ervoor hadden ging over de Gouden Eeuw en ontdekkingsreizigers. Ze hebben al enige voorkennis over de handel met andere landen. De beginsituatie is dat alle leerlingen in een kring staan. Je geeft elke leerling een kaartje met zijn/haar rol, je geeft hierbij ook aan waar ze moeten staan. Als iedereen zijn rol weet, ga je naar het onderdeel slaven bekijken. Slavenmarkt De slaven staan in 2 rijen en worden bewaakt door minimaal 3 slavenopzichters. De administrateurs en de plantage-eigenaar lopen langs de slaven en zoeken hun favorieten uit. Ze kunnen op de bordjes (de gekregen kaartjes) zien wat hun geslacht, kwaliteiten of andere bijzonderheden zijn. De administrateur schrijft op hoeveel geld hij voor een slaaf over heeft, zodat hij straks makkelijk kan bieden. Hij weet namelijk op wie hij moet bieden en hoeveel hij er ongeveer voor over heeft. Nadat alle plantage-eigenaren hun rondje hebben gemaakt mogen ze gaan zitten. Bieden op slaven Zonet heb je voornamelijk geobserveerd of het goed ging. Ook kijk je of de rollen goed worden ingevuld. Nu is het de taak dat jij de slaven aanbied en aanprijst. Het is immers handig als de slaven zoveel mogelijk opbrengen! De plantage-eigenaren moeten zich wel aan hun budget houden, hiervoor zijn de administrateurs. Als de slaven verkocht zijn is er een slavenopzichter die de slaaf in de hoek drukt! Daar staat al een slavenopzichter die ze in de gaten houdt. Afsluiting en evaluatie Als alle slaven zijn verhandeld is het afgelopen. Je vraagt iedereen de tafels weer op de juiste plek te zetten.
Jijzelf Als docent sta je middenin en zorgt ervoor dat de leerlingen elkaar niet pijn doen tijdens het slavenmarktspel, maar je zorgt er uiteraard ook voor dat het historische kader klopt. Ook moet je de kaartjes met rollen uitdelen.
Lesorganisatie · 5 minuten: Inleiding. Vertellen dat ik op het eiland James Island in Gambia ben geweest (slaveneiland). Kort verhaaltje vertellen over ervaringen op James Island en foto laten zien van toen ik er was. Vanuit James Island werden de slaven doorgevoerd naar Amerika, waar ze verkocht werden. Hoe gaat dat in z’n werk. Werkvorm: Klassikaal, docent vertelt en leerlingen luisteren. Denk/leeractiveit: Leerling: nadenken over het onderwerp slavenhandel. Inlevingsvermogen d.m.v. van foto’s kijken van het eiland en van slaven. Docent: motiveren, orde houden. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ · 10 minuten: Voor het slavenspel is er ruimte nodig. De tafels en stoelen worden aan de kant geschoven. Na het slavenspel gaat de klas in een kring zitten voor de nabespreken. Hierna kunnen ze in tafelgroepen gaan zitten. Werkvorm: Dramaspel, Kringgesprek, Tafelgroepen samenwerken. Denk/leeractiviteit: Leerling: emoties, concretiseren, evalueren, waarderen. Docent: Structuren, motiveren.
· 5 minuten: Evaluatie van het slavenspel o Was het een fijn gevoel om slaaf te zijn? o Hadden jullie als slaven ook rechten? o Denk je dat er tegenwoordig ook nog slavenhandel is? o Wat zou je hier tegen kunnen doen? Werkvorm: kringgesprek, veel interactie met de leerlingen Denk/leeractiviteit: Leerling: Kan zich inleven in het slaaf zijn en kan hier een mening over geven. Leerling kan nadenken over moderne slavernij. Docent: Leerlingen laten boeien en een mening ergens over laten geven.
· 20 minuten: uitleg over slavenhandel in Gouden Eeuw en de rol van de Republiek hierin. Uitleg driehoekshandel. Werkvorm: Klassikaal, uitleg m.b.v. powerpoint met plaatjes en kaarten (driehoekshandel). Misschien kort filmpje als daar nog tijd voor is. Denk/leeractiveit: Leerling: luistert naar docent en maakt aantekeningen. De leerling kan uitleggen wat de rol van de Republiek was tijdens de slavenhandel. De leerling weet waar de slaven heen werden gebracht en wat voor werk ze moesten doen. Docent: structureert, motiveert en laat leerlingen zelf nadenken d.m.v. interactieve vragen tijdens de uitleg. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ · 5 minuten: afsluiting les, leerlingen ruimen de troep op en schuiven tafels netjes aan. Werkvorm: klassikaal Denk/Leeractiviteit: Leerling: leert klas netjes achter te laten. De leerling kan zich einde van de les beter inleven in het “slaaf zijn” in de Gouden Eeuw. Docent: zorgt ervoor dat de klas netjes achterblijft.
Van mijn lessen heb ik vooral geleerd hoeveel tijd een leraar kwijt is met voorbereiding. Een goede voorbereiding is nodig om chaos te voorkomen. Ook heb ik geleerd dat goed kunnen improviseren voor de klas zeker van belang is; de leerlingen kunnen de les soms een andere kant opsturen en de docent moet hierop in kunnen spelen. Uit het boek “Geschiedenisdidactiek” van Arie Wilschut heb ik geleerd dat bij geschiedenislessen terugkoppeling of gelijkenis uit het heden van belang is voor de inleving van de leerlingen. Dit heb ik dan ook gebruikt in mijn lessen. Zo vroeg ik bij mijn les over “slavernij” of de leerlingen ook wisten of er vandaag de dag nog slaven bestonden. Bij de voorbereiding van mijn lessen heb ik veel baat gehad bij het boek “De vijf rollen van de leraar” van Martie Slooter. Dankzij deze vijf rollen heb je eigenlijk al een beetje een opzet van je les. Eerst start ik de les op en ben ik de gastheer, dan ga ik aandacht vangen; de presentator, vervolgens ga ik de leerlingen instructies geven; de didacticus, waarna ik moet gaan orde houden; de pedagoog en uiteindelijk sluit ik de les af en ga ik evalueren; de afsluiter. In mijn tweede les over de “lenterevoluties” kreeg ik te maken met een jongen die erg negatief tegen over medeleerlingen en deels tegenover mij deed. Hij gedroeg zich een beetje “machoachtig”. Hierop reageerde ik positief en stelde mij wat afhankelijk op. Dit heb ik geleerd bij de roos van Leary uit het boek “Basisprincipe van communicatie” van Klaas Wiertzema. De jongen had die reactie waarschijnlijk niet van mij verwacht en nam vervolgens weer de rol aan van een vriendelijke, gemotiveerde leerling. Er ontstond op de een of andere manier wederzijds respect. Uit het boek “Lesgeven en zelfstandig leren” van Titus Geerligs heb ik geleerd een lesformulier invullen en lesdoelen formuleren. Dit heeft mij vooral geholpen met mijn voorbereiding van mijn les. Het zorgde voor een duidelijke structuur. Ik heb met behulp van dit boek ook kennis gemaakt met verschillende werkvormen. Dankzij meer diversiteit in manieren van lesgeven, kan ik steeds meer mijn eigen manier ontdekken of manieren die voor mij het best werken.
Mijn motivatie met stage was vooral het kennismaken met het leraarschap en daarbij ook de werkzaamheden buiten de lessen om. Het observeren was voor mij ook erg belangrijk, maar ik vond toch dat praktijk (dus het lesgeven) wat meer van belang is. Mijn doelen van P-Taak 3 waren: · Het leiding kunnen nemen in de klas. àToen ik voor de klas stond, moest ik natuurlijk leiding nemen en dat ook uitstralen tegenover de leerlingen. ik vond zelf dat ik deze rol al aardig onder de knie kreeg; de leerlingen kon ik goed motiveren en mijn stagecoach noemde mij zowel streng als flexibel. Natuurlijk is de leidingnemende rol iets wat je pas helemaal onder de knie hebt na een lange tijd van ervaring die je op moet doen. · Leerlingen kunnen helpen met huiswerk maken. à Voordat ik begon met lesgeven moest ik van mijn stagecoach het huiswerk van de vorige lessen bespreken. Hierbij hielp ik leerlingen als ze het niet snapten en probeerde hun foute antwoordt te sturen naar een goed antwoordt, zonder het meteen voor te zeggen. · Het nakijken en becijferen van gemaakte werk van leerlingen. à Tijdens mijn les over de “lenterevoluties” moesten de leerlingen een collage maken en een presentatie houden. Deze collage en de presentatie mocht ik gaan becijferen. Ik moest hierbij ook duidelijk aangeven waarom ik vond dat het dat cijfer waard was en waar ik dat op had gebaseerd. · Het bijwonen van activiteiten buiten de les om (vergadering). à Ik heb een keer een korte vergadering over een klas bijgewoond en heb nu een aardig idee wat er ongeveer in zo’n vergadering aan bod komt. Ik weet redelijk waar de leraren het over gaan hebben in een vergadering. · Leerlingen helpen met het uitvoeren van opdrachten. à Tijdens mijn lessen heb ik leerlingen natuurlijk ook opdrachten gegeven. Als ik leerlingen aan het werk zette, liep ikzelf door de klas om ze te helpen bij het maken van opdrachten. Zo heb ik leerlingen ook geholpen bij hoe ze een presentatie konden gaan voorbereiden. · Leren reageren op spontane reacties in de klas (improviseren). à Dit punt is ook iets wat je pas echt helemaal onder de knie hebt na een aantal jaar ervaring in het onderwijs. Toch heb ik, d.m.v. mijn eigen draai en invulling aan mijn lessen te geven en mij niet vast te houden aan de leer- werkboeken, redelijk soepel kunnen reageren op reacties uit de klas. Het schema was ook een stuk minder strak op deze manier en was voor de leerlingen een stuk interessanter. Er was ruimte voor spontane reacties en daar moet je ook wat ruimte voor maken. Mijn stagecoach zei zelfs eens na de les tegen mij:” Ik heb de leerlingen nog nooit op zo’n hoog niveau aan het werk gezien!”. Dit deed mij goed om te horen. · Het leren invullen van een les. à Voor iedere les heb ik een lesformulier moeten maken. Dit heeft mij veel inzicht gegeven in hoe ik een les moet invullen en wat voor diversiteit in werkvormen ik ga gebruiken. Ik had hierbij ook steun aan de boeken “Geschiedenisdidactiek” van Arie Wilschut en “Lesgeven en zelfstandig leren” van Titus Geerligs. · Reflecteren op mijn eigen les. à Na mijn uitgevoerde lessen, ging ik met mijn stagecoach bijeen zitten om over mijn les te praten. Hij vroeg mij eerst wat ik er van vond. Hij vroeg zowel wat ik zelf goed vond gaan en waar volgens mij de verbeterpunten lagen. · Verschillende rollen aan kunnen nemen in de les. à De ene keer moest ik met lesgeven streng zijn. Ik begon vaak mijn les wat strak en streng, zodat ik, naarmate de les vorderde, iets soepeler kon zijn. Dit werkte prima voor mij! Bij de verschillende rollen bedoel ik ook dat ik soms de rol als coach moet innemen en de rol als pedagoog. Zo zijn de meeste leraren bijvoorbeeld ook mentor van een klas. In een mentorles moet je ook een andere rol leren aannemen. Je kan de verschillende rollen ook opvatten als af en toe even wat humor of iets van jezelf weg kunnen geven. Ook dit punt vergt enige ervaring. · Het kennismaken met andere contacten die de school onderhoudt. à Ik wilde weten wat voor contacten de school nog meer onderhoudt. Ik bedoel hiermee; heeft de leraar ook contact met bedrijven voor eventuele stage en hoe wordt dit contact tot stand gehouden? Zijn er ook enige contacten voor buitenschoolse activiteiten? En hoe onderhoudt de leraar contact met ouders? Dit heb ik onderzocht door een leraar te interviewen.
Boeken Geerligs, Titus, Lesgeven en zelfstandig leren, ((1e druk:1980) 8e druk: Gorcum 1996). Slooter, Martie, De vijf rollen van de leraar, ((1e druk: 2009) 2e druk: Amersfoort 2010). Wiertzema, Klaas, Basisprincipes van communicatie, communicatie en management, ((1e druk: 2004) 4e druk: Amsterdam 2007). Wilschut, Arie, Geschiedenisdidactiek, Handboek voor de vakdocent, ((1e druk: 2004) 3e druk: Bussum 2008). Personen Man, Wouter de, docent biologie, maatschappijleer, mentor VMBO onderbouw. Van Fiersen, docent maatschappijleer VMBO bovenbouw. Van der Linden, docent geschiedenis, maatschappijleer VMBO onderbouw.
De collage die gemaakt werd door het groepje “Egypte”.
P-Taak 3Naam: Yael de Boer
Groep: Coachgroep 6
Opleiding: Lerarenopleiding geschiedenis
Docent: Koos Romkes
Datum: 25-4-11
Inhoudsopgave
Inleiding. 3
Urenverantwoording. 4
Toelichting gemaakte keuzes. 5
Toelichting invulling gekozen lessenserie. 6
De lessenserie. 8
Les 1: Kruistochten. 8
Les 2/3: “Lenterevoluties”. 11
Les 4 : Slavenhandel14
Wat geleerd?. 17
Wat bereikt?. 18
Literatuurlijst20
Bijlagen. 21
De derde en vierde periode zijn periodes, waarbij we echt kennis gaan maken met het leraarschap: we gaan namelijk op stage. Het is vooral de bedoeling zoveel mogelijk observeren om te ontdekken of leraarschap wel iets voor je is. Observeren leek mij geen probleem, maar het is ook de bedoeling om minimaal drie lessen te gaan geven. Ik wist niet goed wat ik kon verwachten van het geven van lessen: zullen de leerlingen mij helemaal gaan uitproberen? Kan ik wel leiding nemen? Dit waren vragen die in mij opkwamen. Door deze angst leek het met juist verstandig om meer dan drie lessen proberen te geven, zodat de angst snel zou verdwijnen.In dit verslag vertel ik mijn bevindingen op stage , met namen mijn lessen die ik gegeven heb. Ik vertel over mijn gemaakte keuzes, voorbereiding, inhoud en reacties in de les en mijn verbeterpunten. Ook zal ik vertellen hoe het gebruik van literatuur, zoals het boek “Leren Lesgeven”, mij geholpen hebben in het voorbereiden en uitvoeren van mijn les.
Verder wil ik mijn stagecoach Wouter de Man en docent maatschappijleer meneer Van der Linden bedanken voor hun steun en feedback bij uitvoeren van mijn lessen. Zij hebben mij enorm geholpen!
Veel plezier met het lezen van mijn verslag!
De eerste aantal weken gingen Colin en ik maandags van 9.15 tot 14.30 naar stage. Dit was toen nog vooral observeren. We hebben verschillende klassen, docenten, vakken gevolgd tijdens het observeren. Eenmaal toen het de bedoeling werd dat wijzelf zouden beginnen met lesgeven gingen we i.p.v. maandag dinsdags naar stage. Op deze dag konden we niet veel uren maken dus besloten we af en toe nog maandags naar stage te gaan en dinsdags nog andere lessen volgen bij vakken die eigenlijk niet relevant waren aan onze vakken (zoals biologie). Dinsdags waren we er van 9.15 tot 13.00 uur. Op de dinsdags hebben we tweemaal lesgegeven. Onze stagecoach wees ons erop dat een tweedegraads docent een beetje van alle markten thuis moest zijn, waardoor wij ook een lesje maatschappijleer gingen geven. Deze lessen waren op maandag, waardoor we weer verhuisden naar de maandag, de officiële stagedag. We hebben toen een aantal malen meegelopen met andere stagiaires van maatschappijleer. Ook hebben we hun gegeven lessen gevolgd en feedback gegeven. We zijn toen een aantal keer tot 16.00 uur doorgegaan met observeren en interviewen van leerlingen en leraren. Ook hebben wij nog een les over “de Arabische Lenterevoluties” gehouden, waarin ik de onderwerpen Tunesië en Egypte had. Op maandags was er ook een keer een korte vergadering over een klas. Deze vergadering heb ik in de namiddag gevolgd.Er waren niet altijd genoeg uren voor ons om stage te volgen, maar toch hebben we zoveel mogelijk uren geprobeerd te volgen, waardoor we soms overuren maakten! Al met al het geeft je wel veel inzicht in het leraar zijn.
De keuze die ik gemaakt heb, heb ik gebaseerd op mijn competentielijst en op punten die voor mijzelf verbeterd moeten worden. Ook heb ik goed gekeken naar literatuur en geluisterd naar het advies van mijn stagecoach.· Zo heb ik een interview gehouden, omdat ik niet goed op de hoogte was wat voor contacten de school nog meer onderhield.
· Ik heb een vergadering gevolgd, omdat ik wilde weten hoe gevoelige onderwerpen ter sprake kwamen en hoe dergelijke problemen worden opgelost.
· Ik heb verschillende klassen bezocht, omdat ik wilde zien of de leraar verschillend of juist hetzelfde reageerde op andere klassen.
· Ik heb verschillende leraren gevolgd, omdat ik de verschillende manieren van lesgeven wilde ontdekken. Welke werkt naar mijn mening het best? Welke keuzes maken zij in de klas?
· Ik heb verschillende vakken gevolgd, omdat ik wilde kennis maken of er ook anders wordt lesgegeven bij andere vakken. Wordt er daar misschien gebruik gemaakt van andere werkvormen die ik misschien ook wel op een andere manier kon toepassen in mijn eigen les. Ook gaf mijn stagecoach advies dat te doen, omdat een tweedegraads docent een beetje op alle markten thuis moest zijn.
· Ik heb vooral gekozen voor praktijkgerichte lessen, omdat mijn stageschool een praktijkschool is en deze leerlingen het moeilijker vinden om te blijven luisteren; ze willen graag wat doen.
· Ik heb vier lessen gegeven, omdat dit mij verstandig leek om zo te ontdekken of het leraarschap echt iets voor mij is en om te leren hoe ik met dergelijk gebeurtenissen in de klas omga. De klas moet een veilige omgeving voor mij worden.
Zoals ik al eerder aangaf heb ik mijn lessen vooral praktijkgericht ingevuld. De doelgroep was eerste en tweede klas VMBO basis kader. Deze leerlingen kunnen zich niet lang concentreren. Een docent gaf mij daarom het advies om te “spelen” met hun aandacht. Iedere keer moet ik ze weer met iets anders bezighouden om hun aandacht wat af te leiden. Dit werkte prima voor mij.De invulling van mijn lessen werd natuurlijk ook bepaald door het onderwerp van mijn les. Mijn stagecoach koos het onderwerp en liet mij dan vrij om te bedenken hoe ik verder mij les wilde invullen. Ik heb geen gebruik gemaakt van de leer- werkboeken van de leerlingen, omdat het mij leerzamer leek om zelf een les in elkaar te gaan zetten. In die leer- werkboeken staat eigenlijk al een hele les ingevuld en ik was ook bang dat mij teveel aan het boek zou gaan vasten houden. Als docent moet je ook wat kunnen improviseren en dat deed ik.
Mijn les over kruistochten was een beetje een les, zoals de leerlingen gewend waren. ik introduceerde het onderwerp, liet ze een filmpje zien waarbij ze opdrachten moesten maken, opdrachten nakijken, nader uitleg van het onderwerp, en een opdracht waarbij leerlingen juiste plaatje bij juiste tekst moesten vinden, tot slot kwam er een evaluatie op de les. Ik heb bij deze les vooral voor veel variatie in korte tijd gekozen. Ik merkte dat dit goed werkte, want met mijn inleiding van het onderwerp wilde ik al iets teveel uitleg geven, maar merkte meteen aan de leerlingen dat hoe langer ik praatte hoe onrustiger ze werden. Dit werd overigens wel in de hand gehouden.
Mijn les over de lenterevolutie was 90 minuten lang (twee lessen achter elkaar). Dit was een tweede klas VMBO basis kader. Zij waren al iets verder gevorderd, waardoor ik besloot om ze zelf onderzoek naar het onder te laten doen. Ik begon kort met enige uitleg, verdeelde groepjes, deelde scharen en stiften uit, gaf de leerlingen mapjes met informatie over het onderwerp met leuke plaatjes erbij, vervolgens maakten de leerlingen een collage over het onderwerp, als de collage af was mochten ze het presenteren, waarop ik ze mocht becijferen, dan werd er geëvalueerd en de klas opgeruimd. In deze les volgde er minder variatie, omdat ik het met deze les minder nodig vond. Het was vooral de bedoeling dat de leerlingen zelf onderzoek deden en de opgedane kennis overbrachten aan medeleerlingen. Ik vond een collage een goede methode, omdat de leerlingen hiermee op een creatieve en leerzame manier kennis maakten met het onderwerp. Het viel mij ook op dat de leerlingen uiterst fanatiek aan het werk bleven. Ik liep natuurlijk wel rond om de leerlingen te helpen, maar de vragen die ze vaak stelden waren vaak hele kleine dingen; ze begrepen verder gewoon waar het over ging. Dit deed mij erg goed!
De laatste les ging over slavernij. Ik ben zelf op “het slaveneiland” in Gambia geweest, dus het leek mij leuk om mijn eigen belevenissen te delen met de klas. Ze konden zich zo misschien beter inleven. Ik liet een aantal foto’s zien, waarbij ik op het eiland was en ik vertelde een klein stukje geschiedenis van het eiland. Toen volgde er een spel “het slavenmarktspel”. Hierbij gingen leerlingen zelf meemaken om slaaf te zijn en werden zij verhandeld aan plantage-eigenaren (medeleerlingen). De leerlingen deden erg enthousiast mee met het spel en het gaf ze meer inzicht hoe een slavenmarkt in z’n werk ging. Vervolgens ging ik met de klas evalueren wat ze van het spel geleerd hebben en hoe ze het vonden om slaaf te zijn. Na het spel ging ik over op klassikaal lesgeven over de Gouden Eeuw, de slavenhandel en de driehoekshandel. Het leek mij eerst gevaarlijk om toch klassikaal les te gaan geven, maar de leerlingen waren erg gestimuleerd door het spel en luisterden enthousiast naar mijn verhaal. Ik maakte bij mijn uitleg gebruik van powerpoint, zodat leerlingen zich d.m.v. de plaatjes zich beter in die tijd konden plaatsen. De laatste vijf minuutjes werd er weer geëvalueerd.
Ik was wel tevreden over mijn lessen. De eerste les vond ik mijn minste les. Ik hield mij teveel vast aan hoe een reguliere les eruit moest gaan zien. Ik kwam er na de andere lessen achter dat als ik mijn eigen invulling en draai aan de les geef, komt alles spontaner over en zijn de leerlingen een stuk gemotiveerder. Dit bewijst wel dat hoe meer je les geeft hoe meer inzicht je in het leraarschap krijgt. In deze korte tijd merk je al dat je een stuk meer ervaring erbij gekregen hebt.
Leerdoelen:De leerling kan uitleggen wat een kruistocht is.
De leerling kan uitleggen wat pelgrims zijn.
De leerling kan uitleggen wat de redenen voor kruistochten waren
De leerling kan uitleggen wat kruistochten tot gevolg waren van Europa
De leerling kan de juiste tekst bij juiste plaatje vinden.
De leerling kan d.m.v. van filmpje vragen beantwoorden
De leerling kan zowel individueel als samen werken.
Beginsituatie
De doelgroep is eerste klas VMBO basis kader.
De geschiedenislessen die de leerlingen ervoor hadden ging over het geloof en het leven in de Middeleeuwen. Ze hebben al enige voorkennis over deze tijd en vooral over het geloof in die tijd.
De beginsituatie is dat alle leerlingen twee bij twee zitten, zodat de leraar goed zichtbaar is bij zijn/haar uitleg van de les.
Het filmpje staat alvast klaar. Het is handig als de docent dit filmpje van tevoren doorkijkt en voor de les heeft de docent gekeken of de beamer en internet het allemaal doet.
Benodigdheden
· Klas met beamer en internet
· Opdrachtenblad tijdens het filmpje
· Plaatjes en tekst die de leerlingen bij elkaar moeten zoeken.
Lesorganisatie (45 minuten)
· 10 minuten: Inleiding. Onderwerp kruistochten introduceren. Leerlingen vragen of zij weten wat kruistochten zijn. Begrip pelgrims uitleggen. Vertellen hoe de kruistochten zijn begonnen in een verhaallijn.
Werkvorm: Klassikaal, onderwijsleergesprek.
Denk/leeractiveit: Leerling: kennismaken met het onderwerp kruistochten.
Docent: motiveren, orde houden.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
· 5 minuten: Leerlingen krijgen opdracht uitgedeeld die ze tijdens filmpje moeten maken. Het filmpje wordt gestart, leerlingen kijken en maken ondertussen opdrachten.
Werkvorm: in stilte geconcentreerd filmpje zien.
Denk/leeractiviteit: Leerling: concretiseren, waarderen.
Docent: Structuren, motiveren.
· 15 minuten: opdrachten nakijken en opdracht juiste tekst bij juiste plaatje.
Werkvorm: kringgesprek, veel interactie met de leerlingen. Leerlingen gaan bij de opdracht “juiste tekst bij juiste plaatje” in groepjes werken.
Denk/leeractiviteit:
· De leerling kan uitleggen wat een kruistocht is.
· De leerling kan uitleggen wat pelgrims zijn.
· De leerling kan d.m.v. van filmpje vragen beantwoorden
· De leerling kan de juiste tekst bij juiste plaatje vinden.
Docent: Leerlingen motiveren en een mening ergens over laten geven.
· 10 minuten: Nader uitleg de redenen waarom men kruistochten hield.
Werkvorm: Klassikaal, kringgesprek
Denk/leeractiveit: Leerling: luistert naar docent en maakt aantekeningen. De leerlingen gaat zelf nadenken wat redenen zouden kunnen zijn waarom men kruistochten hield. De docent stuurt de leerlingen richting het goede antwoordt. De leerling kan uitleggen wat de redenen voor kruistochten waren. De leerling kan uitleggen wat kruistochten tot gevolg waren van Europa
Docent: structureert, motiveert en laat leerlingen zelf nadenken d.m.v. interactieve vragen tijdens de uitleg.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
· 5 minuten: afsluiting les, leerlingen ruimen de troep op en schuiven tafels netjes aan.
Werkvorm: klassikaal
Denk/Leeractiviteit: Leerling: leert klas netjes achter te laten. De leerling kan zowel individueel als samen werken.
Docent: zorgt ervoor dat de klas netjes achterblijft.
Leerdoelen:De leerling kan de aanleiding van de “lenterevoluties” benoemen.
De leerling kan het begrip “Jasmijnrevolutie” uitleggen.
De leerling kan gevolgen van de verschillende revoluties uitleggen.
De leerling kan de verschillende spotprent uitleggen en verklaren.
De leerling kan een collage maken en de belangrijke punten van de revolutie uitkiezen en op de collage plaatsen.
De leerling kan zijn/haar collage presenteren aan medeleerlingen.
Beginsituatie:
De doelgroep is tweede klas VMBO basis kader.
De leerlingen weten vaag iets over de revoluties door de media/ actualiteit. De een weet er wat meer van dan de ander.
De knip en plak spullen liggen klaar.
De leerlingen zitten eerst twee bij twee bij elkaar, zodat de leraar duidelijk de opdracht kan uitleggen
Benodigdheden:
· Schaar, lijm, stiften, A3 papier
· Mapje met informatie en plaatjes/foto’s die relevant zijn aan het onderwerp
· Ruim lokaal voor het knip/plak werk.
Lesorganisatie (90 minuten)
· 10 minuten: Inleiding. Uitleggen wat de “lenterevolutie” is en waar en waarom het is begonnen. Uitleggen wat de opdracht is. Leerlingen verdelen in groepjes. Ieder groepje is een land (Tunesie, Egypte, Libie, Jemen). De knip- plak spullen worden uitgedeeld. Leraar geeft duidelijk aan wat er op de korte presentatie wordt verwacht.
Werkvorm: Klassikaal, onderwijsleergesprek.
Denk/leeractiveit: Leerling: maakt kennis met het onderwerp. De leerling kan de aanleiding van de “lenterevoluties” benoemen.
Docent: motiveren, orde houden, structureren.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
· 35 minuten: de leerlingen gaan met hun groepje bezig met het maken van de collage. De leraar loopt rond om de leerlingen te motiveren en te helpen.
Werkvorm: Tafelgroepen samenwerken.
Denk/leeractiviteit: Leerling: samenwerken, concretiseren, waarderen.
Docent: Structuren, motiveren, laat leerlingen zelf onderzoek doen naar het onderwerp. Docent geeft wel een aantal richtlijnen waaraan de komende presentatie aan moet voldoen.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
· 5 minuten: pauze
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
· 15 minuten: collage afmaken en korte presentatie voorbereiden
Werkvorm: Tafelgroepen samenwerken
Denk/leeractiveit: Leerling: De leerling kan een collage maken en de belangrijke punten van de revolutie uitkiezen en op de collage plaatsen.
Docent: structureert, motiveert en laat leerlingen zelf onderzoek doen naar het onderwerp.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
· 25 minuten: ieder groepje gaat zijn/haar collage presenteren. Wat hebben zij onderzocht? Welke kennis is opgedaan? Uitleg spotprent.
Werkvorm: klassikaal.
Denk/Leeractiviteit: Leerling:
· De leerling kan het begrip “Jasmijnrevolutie” uitleggen.
· De leerling kan gevolgen van de verschillende revoluties uitleggen.
· De leerling kan de verschillende spotprent uitleggen en verklaren
Docent: orde houden, waar nodig vragen stellen bij de presentaties.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
· 5 minuten: afsluiting les, leerlingen ruimen de troep op en schuiven tafels netjes aan.
Werkvorm: klassikaal
Denk/Leeractiviteit: Leerling: leert klas netjes achter te laten.
Docent: zorgt ervoor dat de klas netjes achterblijft.
Leerdoelen:De leerling kan aan het einde van de les een betere inleving in het slaaf zijn laten zien.
De leerling kan uitleggen wat de rol van de Republiek was tijdens de slavenhandel.
De leerling kan uitleggen wat voor werk slaven moesten doen.
De leerling weet waar de slaven heen werden gebracht.
De leerling weet wanneer het einde van de slavenhandel kwam en wanneer slaven rechten kregen.
Beginsituatie
De geschiedenis die ze ervoor hadden ging over de Gouden Eeuw en ontdekkingsreizigers. Ze hebben al enige voorkennis over de handel met andere landen.
De beginsituatie is dat alle leerlingen in een kring staan. Je geeft elke leerling een kaartje met zijn/haar rol, je geeft hierbij ook aan waar ze moeten staan. Als iedereen zijn rol weet, ga je naar het onderdeel slaven bekijken.
Slavenmarkt
De slaven staan in 2 rijen en worden bewaakt door minimaal 3 slavenopzichters.
De administrateurs en de plantage-eigenaar lopen langs de slaven en zoeken hun favorieten uit. Ze kunnen op de bordjes (de gekregen kaartjes) zien wat hun geslacht, kwaliteiten of andere bijzonderheden zijn. De administrateur schrijft op hoeveel geld hij voor een slaaf over heeft, zodat hij straks makkelijk kan bieden. Hij weet namelijk op wie hij moet bieden en hoeveel hij er ongeveer voor over heeft.
Nadat alle plantage-eigenaren hun rondje hebben gemaakt mogen ze gaan zitten.
Bieden op slaven
Zonet heb je voornamelijk geobserveerd of het goed ging. Ook kijk je of de rollen goed worden ingevuld.
Nu is het de taak dat jij de slaven aanbied en aanprijst. Het is immers handig als de slaven zoveel mogelijk opbrengen! De plantage-eigenaren moeten zich wel aan hun budget houden, hiervoor zijn de administrateurs. Als de slaven verkocht zijn is er een slavenopzichter die de slaaf in de hoek drukt! Daar staat al een slavenopzichter die ze in de gaten houdt.
Afsluiting en evaluatie
Als alle slaven zijn verhandeld is het afgelopen. Je vraagt iedereen de tafels weer op de juiste plek te zetten.
Jijzelf
Als docent sta je middenin en zorgt ervoor dat de leerlingen elkaar niet pijn doen tijdens het slavenmarktspel, maar je zorgt er uiteraard ook voor dat het historische kader klopt. Ook moet je de kaartjes met rollen uitdelen.
Lesorganisatie
· 5 minuten: Inleiding. Vertellen dat ik op het eiland James Island in Gambia ben geweest (slaveneiland). Kort verhaaltje vertellen over ervaringen op James Island en foto laten zien van toen ik er was. Vanuit James Island werden de slaven doorgevoerd naar Amerika, waar ze verkocht werden. Hoe gaat dat in z’n werk.
Werkvorm: Klassikaal, docent vertelt en leerlingen luisteren.
Denk/leeractiveit: Leerling: nadenken over het onderwerp slavenhandel. Inlevingsvermogen d.m.v. van foto’s kijken van het eiland en van slaven.
Docent: motiveren, orde houden.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
· 10 minuten: Voor het slavenspel is er ruimte nodig. De tafels en stoelen worden aan de kant geschoven. Na het slavenspel gaat de klas in een kring zitten voor de nabespreken.
Hierna kunnen ze in tafelgroepen gaan zitten.
Werkvorm: Dramaspel, Kringgesprek, Tafelgroepen samenwerken.
Denk/leeractiviteit: Leerling: emoties, concretiseren, evalueren, waarderen.
Docent: Structuren, motiveren.
· 5 minuten: Evaluatie van het slavenspel
o Was het een fijn gevoel om slaaf te zijn?
o Hadden jullie als slaven ook rechten?
o Denk je dat er tegenwoordig ook nog slavenhandel is?
o Wat zou je hier tegen kunnen doen?
Werkvorm: kringgesprek, veel interactie met de leerlingen
Denk/leeractiviteit: Leerling: Kan zich inleven in het slaaf zijn en kan hier een mening over geven. Leerling kan nadenken over moderne slavernij.
Docent: Leerlingen laten boeien en een mening ergens over laten geven.
· 20 minuten: uitleg over slavenhandel in Gouden Eeuw en de rol van de Republiek hierin. Uitleg driehoekshandel.
Werkvorm: Klassikaal, uitleg m.b.v. powerpoint met plaatjes en kaarten (driehoekshandel). Misschien kort filmpje als daar nog tijd voor is.
Denk/leeractiveit: Leerling: luistert naar docent en maakt aantekeningen. De leerling kan uitleggen wat de rol van de Republiek was tijdens de slavenhandel. De leerling weet waar de slaven heen werden gebracht en wat voor werk ze moesten doen.
Docent: structureert, motiveert en laat leerlingen zelf nadenken d.m.v. interactieve vragen tijdens de uitleg.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
· 5 minuten: afsluiting les, leerlingen ruimen de troep op en schuiven tafels netjes aan.
Werkvorm: klassikaal
Denk/Leeractiviteit: Leerling: leert klas netjes achter te laten. De leerling kan zich einde van de les beter inleven in het “slaaf zijn” in de Gouden Eeuw.
Docent: zorgt ervoor dat de klas netjes achterblijft.
Van mijn lessen heb ik vooral geleerd hoeveel tijd een leraar kwijt is met voorbereiding. Een goede voorbereiding is nodig om chaos te voorkomen. Ook heb ik geleerd dat goed kunnen improviseren voor de klas zeker van belang is; de leerlingen kunnen de les soms een andere kant opsturen en de docent moet hierop in kunnen spelen.Uit het boek “Geschiedenisdidactiek” van Arie Wilschut heb ik geleerd dat bij geschiedenislessen terugkoppeling of gelijkenis uit het heden van belang is voor de inleving van de leerlingen. Dit heb ik dan ook gebruikt in mijn lessen. Zo vroeg ik bij mijn les over “slavernij” of de leerlingen ook wisten of er vandaag de dag nog slaven bestonden.
Bij de voorbereiding van mijn lessen heb ik veel baat gehad bij het boek “De vijf rollen van de leraar” van Martie Slooter. Dankzij deze vijf rollen heb je eigenlijk al een beetje een opzet van je les. Eerst start ik de les op en ben ik de gastheer, dan ga ik aandacht vangen; de presentator, vervolgens ga ik de leerlingen instructies geven; de didacticus, waarna ik moet gaan orde houden; de pedagoog en uiteindelijk sluit ik de les af en ga ik evalueren; de afsluiter.
In mijn tweede les over de “lenterevoluties” kreeg ik te maken met een jongen die erg negatief tegen over medeleerlingen en deels tegenover mij deed. Hij gedroeg zich een beetje “machoachtig”. Hierop reageerde ik positief en stelde mij wat afhankelijk op. Dit heb ik geleerd bij de roos van Leary uit het boek “Basisprincipe van communicatie” van Klaas Wiertzema. De jongen had die reactie waarschijnlijk niet van mij verwacht en nam vervolgens weer de rol aan van een vriendelijke, gemotiveerde leerling. Er ontstond op de een of andere manier wederzijds respect.
Uit het boek “Lesgeven en zelfstandig leren” van Titus Geerligs heb ik geleerd een lesformulier invullen en lesdoelen formuleren. Dit heeft mij vooral geholpen met mijn voorbereiding van mijn les. Het zorgde voor een duidelijke structuur. Ik heb met behulp van dit boek ook kennis gemaakt met verschillende werkvormen. Dankzij meer diversiteit in manieren van lesgeven, kan ik steeds meer mijn eigen manier ontdekken of manieren die voor mij het best werken.
Mijn motivatie met stage was vooral het kennismaken met het leraarschap en daarbij ook de werkzaamheden buiten de lessen om. Het observeren was voor mij ook erg belangrijk, maar ik vond toch dat praktijk (dus het lesgeven) wat meer van belang is.Mijn doelen van P-Taak 3 waren:
· Het leiding kunnen nemen in de klas. àToen ik voor de klas stond, moest ik natuurlijk leiding nemen en dat ook uitstralen tegenover de leerlingen. ik vond zelf dat ik deze rol al aardig onder de knie kreeg; de leerlingen kon ik goed motiveren en mijn stagecoach noemde mij zowel streng als flexibel. Natuurlijk is de leidingnemende rol iets wat je pas helemaal onder de knie hebt na een lange tijd van ervaring die je op moet doen.
· Leerlingen kunnen helpen met huiswerk maken. à Voordat ik begon met lesgeven moest ik van mijn stagecoach het huiswerk van de vorige lessen bespreken. Hierbij hielp ik leerlingen als ze het niet snapten en probeerde hun foute antwoordt te sturen naar een goed antwoordt, zonder het meteen voor te zeggen.
· Het nakijken en becijferen van gemaakte werk van leerlingen. à Tijdens mijn les over de “lenterevoluties” moesten de leerlingen een collage maken en een presentatie houden. Deze collage en de presentatie mocht ik gaan becijferen. Ik moest hierbij ook duidelijk aangeven waarom ik vond dat het dat cijfer waard was en waar ik dat op had gebaseerd.
· Het bijwonen van activiteiten buiten de les om (vergadering). à Ik heb een keer een korte vergadering over een klas bijgewoond en heb nu een aardig idee wat er ongeveer in zo’n vergadering aan bod komt. Ik weet redelijk waar de leraren het over gaan hebben in een vergadering.
· Leerlingen helpen met het uitvoeren van opdrachten. à Tijdens mijn lessen heb ik leerlingen natuurlijk ook opdrachten gegeven. Als ik leerlingen aan het werk zette, liep ikzelf door de klas om ze te helpen bij het maken van opdrachten. Zo heb ik leerlingen ook geholpen bij hoe ze een presentatie konden gaan voorbereiden.
· Leren reageren op spontane reacties in de klas (improviseren). à Dit punt is ook iets wat je pas echt helemaal onder de knie hebt na een aantal jaar ervaring in het onderwijs. Toch heb ik, d.m.v. mijn eigen draai en invulling aan mijn lessen te geven en mij niet vast te houden aan de leer- werkboeken, redelijk soepel kunnen reageren op reacties uit de klas. Het schema was ook een stuk minder strak op deze manier en was voor de leerlingen een stuk interessanter. Er was ruimte voor spontane reacties en daar moet je ook wat ruimte voor maken. Mijn stagecoach zei zelfs eens na de les tegen mij:” Ik heb de leerlingen nog nooit op zo’n hoog niveau aan het werk gezien!”. Dit deed mij goed om te horen.
· Het leren invullen van een les. à Voor iedere les heb ik een lesformulier moeten maken. Dit heeft mij veel inzicht gegeven in hoe ik een les moet invullen en wat voor diversiteit in werkvormen ik ga gebruiken. Ik had hierbij ook steun aan de boeken “Geschiedenisdidactiek” van Arie Wilschut en “Lesgeven en zelfstandig leren” van Titus Geerligs.
· Reflecteren op mijn eigen les. à Na mijn uitgevoerde lessen, ging ik met mijn stagecoach bijeen zitten om over mijn les te praten. Hij vroeg mij eerst wat ik er van vond. Hij vroeg zowel wat ik zelf goed vond gaan en waar volgens mij de verbeterpunten lagen.
· Verschillende rollen aan kunnen nemen in de les. à De ene keer moest ik met lesgeven streng zijn. Ik begon vaak mijn les wat strak en streng, zodat ik, naarmate de les vorderde, iets soepeler kon zijn. Dit werkte prima voor mij! Bij de verschillende rollen bedoel ik ook dat ik soms de rol als coach moet innemen en de rol als pedagoog. Zo zijn de meeste leraren bijvoorbeeld ook mentor van een klas. In een mentorles moet je ook een andere rol leren aannemen. Je kan de verschillende rollen ook opvatten als af en toe even wat humor of iets van jezelf weg kunnen geven. Ook dit punt vergt enige ervaring.
· Het kennismaken met andere contacten die de school onderhoudt. à Ik wilde weten wat voor contacten de school nog meer onderhoudt. Ik bedoel hiermee; heeft de leraar ook contact met bedrijven voor eventuele stage en hoe wordt dit contact tot stand gehouden? Zijn er ook enige contacten voor buitenschoolse activiteiten? En hoe onderhoudt de leraar contact met ouders? Dit heb ik onderzocht door een leraar te interviewen.
BoekenGeerligs, Titus, Lesgeven en zelfstandig leren, ((1e druk:1980) 8e druk: Gorcum 1996).
Slooter, Martie, De vijf rollen van de leraar, ((1e druk: 2009) 2e druk: Amersfoort 2010).
Wiertzema, Klaas, Basisprincipes van communicatie, communicatie en management, ((1e druk: 2004) 4e druk: Amsterdam 2007).
Wilschut, Arie, Geschiedenisdidactiek, Handboek voor de vakdocent, ((1e druk: 2004) 3e druk: Bussum 2008).
Personen
Man, Wouter de, docent biologie, maatschappijleer, mentor VMBO onderbouw.
Van Fiersen, docent maatschappijleer VMBO bovenbouw.
Van der Linden, docent geschiedenis, maatschappijleer VMBO onderbouw.
De collage die gemaakt werd door het groepje “Egypte”.